Het is vandaag tweede pinksterdag, zaterdag hadden vele van ons al gereden. Leo en ik niet, wij hadden andere dingen te doen. Voor vertrek deze morgen had ik bij het uitlaten van de hond al de keuze gemaakt voor de korte broek met een shirt met lange mouwen. Toen ik mijn maat ophaalde zag ik dat hij dezelfde keuze had gemaakt. Dit bevestigde mijn gedachte dat het best fris kon zijn. Langs de Bromtol door het tunneltje reden we naar de May. Daar aangekomen is het nog erg rustig alleen; Wim Rasenberg van de trimgroep is er al voor ons. Hij beklaagt zich dat er bij hun te hard wordt gereden, misschien zijn dat wel de nieuwe koptrekkers die we bij de tourgroep kunnen gebruiken. Niet veel later komen er toch nog een aantal aanzetten waarbij mij opvalt dat er maar enkele met korte mouwen zijn. Als Marino verschijnt wordt er door meerdere renners goed naar de achterband van zijn fiets gekeken. Hij is niet nieuw maar de nieuwe is besteld en deze ziet er al weer veel beter uit dan de canvas versie van vorige week.
Er wordt door Flip voorgesteld richting Baarle Nassau te gaan, Ad heeft een rondje Schijf in gedachte. Het is ruim half negen geweest als de groep zich in beweging zet; ik ben al bijna bij Rullens als ik geroep hoor. Er blijkt bij Ad een spaak gebroken te zijn in het achterwiel. Thijs heeft een reserve wiel gereed staan. Wij wachten bij café ’t Hoekske tegen de muur in het zonneke en uit de wind. En tien minuten later zijn we dan echt vertrokken. Met we bedoel ik de volgende namen Ad en Anneke van Wesel, Peter Verhagen, Thijs Hillen, Adrie Veregghen, Flip Segeren, Wim ten Haaf, Marino van den Elshout, Erno Haanskorf, Leo Stasse en ik zelf.
Op de Brandestraat rijd ik samen met Thijs op kop, de wind blaast stevig in onze snuit. Thijs die veel sterker is dan ik vraagt hoe hard hij mag rijden. Ik zeg hem dat dit voor mij het juiste tempo is om het nog een eindje vol te houden. Maar ruim voor de molens bij de Tol heeft Leo mij al afgelost. Als we dit zo de hele rit doen kunnen we toch nog een mooie snelheid aanhouden. Via den Elsakker gaan we richting de Beek en vandaar naar het Liesbosch. Ook Flip en Peter nemen kopbeurten voor hun rekening even als Ad, Wim en Adrie. Als ik me eens naar achter laat afzakken om te zien hoe het in de profit-zone gaat is het daar opmerkelijk stil, gelijktijdig kan ik even schouwen wie we allemaal in onze groep hebben want ik weet dat Anneke me dadelijk vraagt of ik het verslag maak. Langs de Vloeiweide gaat de rit naar de Rijsbergseweg waar we voor mij een variant rijden om op de Tiggeltschebergstraat te komen. Even richting Klein Zundert en daarna richting Sprundel van waaruit we naar Schijf koers zetten. Wisselend zit ik naast de verschillende renners. Zo rijd ik ook naast Adrie Veregghen hij blijkt een neef te zijn van Johan Veregghen die weer een zoon heeft die bij de Jonge Renner heeft gefietst. Adrie werkt als uitvoerder bij Oome Schapers en dan met name veel voor de NS en Dela. Hij rijdt makkelijk mee en neemt ook de kop wat mij wel aanstaat. Even later rijdt Anneke naast me en ze vraagt is het jou op gevallen? Ik vraag wat? Nou dat we geen verkeerslichten zijn tegen gekomen. Ik zeg ja dat klopt en is ook wel fijn met zo’n groep maar dat je soms er niet aan ontkomt om ze tegen te komen. Ik merk ook op dat het fietspad waar we op dit moment over rijden niet zo handig is met die tegenliggers dus elk voordeel heeft zo ook zijn nadeel of was dit juist andersom? Nadat we om Schijf heen gereden zijn gaan we langs Roosendaal af en steken we de A58 over om door de Zeg (Zegge) naar Oudenbosch te gaan. Vroeger op school zaten er bij mij ook uit de Zeg en Schijf leerlingen in de klas en dan hadden we het altijd over Zegge en Sch(r)ijven. Vanaf nu gaat het tempo omhoog en wordt er van achteruit regelmatig geroepen dat het rustiger moet. Dit is iets wat in de koers ook vaak gebeurd; nl windaf worden de meeste mensen uit het wiel gereden. Op de Goudbloemsedijk rijd ik naast de oud-voorzitter die steeds makkelijk rijdt. Mijn Garmin geeft snelheden van rond de veertig in het uur weer. Al snel komt de brug bij ’t Lamgat in zicht en Anneke geeft nog even wat extra gas, Leo volgt heel makkelijk. Bij Zevenbergen draaien we richting Zwartenberg om van daaruit naar Langeweg te draaien. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik dat het achter helemaal stil is gevallen. Nog even de brug over de HSL en A16 en dan rollen we via de Compaan de May weer binnen.
Het laatste stukje naar huis wordt nog even pittig de wind blaast weer vrolijk in mijn snoet. Op het Ruiterspoor neem ik afscheid van Leo en als thuis de schuur binnen stap merk ik dat we goed getimed hebben ik hoor n.l. de regen op het stalen dak kletteren.
Groeten van Ter Aalst.

WTC Made op facebook
WTC Made op Strava







